Jaargang 6 • Verschijnt tweewekelijks • Losse nummers € 3,25

Kiest Joris Ivens eens de goede kant…

door | mrt 28, 2022

Indonesia Calling

Nu zijn film Oeroeg weer vertoond wordt, had Hans Hylkema (1946) ons ook graag zijn Indonesia Calling willen laten zien, het epische verhaal van de flamboyante Joris Ivens die de kant van de Indonesische onafhankelijkheidsstrijd kiest. ‘Mijn thema is het engagement van de kunstenaar.’ 

door JOHN JANSEN VAN GALEN

Hans Hylkema is een zoon van de jaren zestig. Toen hij aan de Nederlandse Filmacademie in Amsterdam studeerde, werd Ivens daar vereerd. “We haalden hem met spandoeken van Schiphol toen hij gastlessen kwam geven. Hij was onze held: een kunstenaar in conflict met de overheid!” Als een halve eeuw later het grote, van overheidswege gefaciliteerde wetenschappelijke onderzoek naar de dekolonisatie van Indonesië van start gaat, vat Hylkema het plan op de totstandkoming van Indonesia Calling te verfilmen, niet als documentaire – die was er al, van de Amerikaan John Hughes – maar als speelfilm, met Ivens in de hoofdrol van de onverschrokken, filmregisseur die partij kiest voor de revolutie. 

Al voor de Tweede Wereldoorlog is Ivens gevierd en omstreden tegelijk. In 1937 dineert hij na de première van zijn Spaanse Aarde, over de burgeroorlog tegen Franco, in het Witte Huis met het presidentiële echtpaar Franklin en Eleanor Roosevelt. Tegelijkertijd wordt hij door de FBI van de roemruchte J. Edgar Hoover scherp in de gaten gehouden, omdat hij ervan wordt verdacht de Amerikaanse atoomgeheimen aan de Russen te willen toespelen. Als hij een oorlogsfilm zal maken met Greta Garbo in de hoofdrol als kapitein van een oorlogsbodem, krijgt de Zweedse actrice een waarschuwing van haar ambassade en zegt ze haar engagement af. Ivens zit dan in Amerika, met zijn ziel onder de arm. 

Het telegram van het Nederlands-Indische gouvernement komt in 1944 dus als een geschenk uit de hemel: het wil Ivens engageren om de opbouw van het nieuwe Indonesië te verfilmen die koningin Wilhelmina in haar 7 decemberrede in 1942 in het vooruitzicht heeft gesteld. Ivens mag van de Nederlandse overheid de duurste filmapparatuur bestellen, maar als hij New York na zijn afscheidsreceptie in het MoMa verlaat, inspecteert de FBI minutieus zijn bagage. 

Dramatisch gegeven voor een speelfilm: amper is Ivens in dienst getreden van het Nederlands bestuur, of de bordjes worden verhangen. Het fascistische Japan capituleert en geeft Nederlands-Indië prijs, waarop Soekarno prompt de onafhankelijkheid van zijn land uitroept. Ivens zit feitelijk in hetzelfde schuitje als duizenden jonge Nederlanders die zich hebben aangemeld voor de bevrijding van Nederlands-Indië en gewaarworden dat ze het herstel van het Nederlandse gezag moeten dienen. “Een gewetensconflict voor Ivens,” zegt Hylkema. “Hij had zelfs een militaire rang gekregen om gevechtshandelingen te kunnen filmen.”

In de Australische stad Brisbane, waarheen het Nederlandse koloniale bestuur is uitgeweken, neemt Ivens volop deel aan het sociale leven; hij speelt zelfs een Shakespearerol in het amateurtoneel. Maar hij ergert zich blind aan de houding van de Nederlanders, die er vooral ongeduldig op lijken te wachten weer in het bezit gesteld te worden van hun bestuurskantoren en plantages. 

Ivens wijkt uit naar Sydney. En daar neemt hij met een persconferentie die de voorpagina van de New York Times haalt afscheid van zijn regeringsopdracht. En hij besluit (stiekem, want hij heeft nog een opzegtermijn) in de Australische havens de ‘solidariteitsboycot’ met het jonge Indonesië te verfilmen. 

De film die er het resultaat van is, Indonesia Calling, is nog altijd op internet te zien, 22 minuten lang en tamelijk spectaculair: stoere Australiërs beletten het uitvaren van Hollandse zeeschepen, Indonesiërs in kleine bootjes op de woelige golven sporen scheepsbemanningen aan om dienst te weigeren. 

Den Haag verweert zich met het verhaal dat vanuit Australië naar de kolonie slechts ‘humanitaire goederen’ worden verscheept, maar als een pallet op de kade te pletter valt, zien we er alleen geweren en granaten uit rollen. Nog mazzel dat dit kon worden verfilmd, want alles moest heimelijk, met camera’s verstopt in handtassen. Alleen het uitvaren van de Patras, die op volle zee wordt bewogen terug te keren naar de Australische haven, is gemist en moet achteraf in scène worden gezet – waarbij de cameravrouw er helaas net niet in slaagt om een fabrieksschoorsteen die vlakbij op het vasteland staat, buiten beeld te houden. 

Den Haag is furieus: de internationaal vermaarde filmmaker, door Nederland begunstigd met een officiële aanstelling, ontpopt zich als landverrader! De officiële overheidsvoorlichter H.V. Quispel (wiens eigen producties door Ivens als waardeloos zijn afgedaan) belooft hem ‘helemaal kapot’ te maken en dat lukt goed, althans in Nederland. Ivens krijgt eenzelfde imago als de Nederlandse militair Poncke Princen: overloper. En het zou veertig jaar duren eer Den Haag hem, in de persoon van cultuurminister Elco Brinkman, rehabiliteert. Dat vinden sommigen om weer andere redenen nog te veel eer. Ivens’ engagement heeft hem immers bewogen tot propaganda voor Stalins Sovjet-Unie en Mao’s China. 

Hylkema schrijft een scenario voor Indonesia Calling en zijn producent zet een samenwerking op touw met een Australische productiemaatschappij. Maar het Nederlands Filmfonds wijst zijn plan af. Is het te grootscheeps? “Aanvankelijk was het plan heel groot,” zegt Hylkema, “maar de opzet is steeds verder vernauwd.” 

Uiteindelijk krijgt hij van de Vara groen licht voor een televisiefilm, maar dan wijst de netmanager van de publieke omroep het voorstel alsnog af. De man heeft langzamerhand zijn buik vol van Indonesië en vindt het plan ook ‘niet breed genoeg’. “Dat zijn de beruchte kijkcijferprognoses,” weet Hylkema. Is het te weinig spektakel, vergeleken met een oorlogsfilm als De Oost? Is het te weinig controversieel? Iedereen in Indonesia Calling staat pal achter de onafhankelijkheidsstrijd van Soekarno cum suis. “Het zit mij behoorlijk dwars dat het niet gelukt is,” zegt Hylkema. “Indonesia Calling raakt in de vergetelheid. Het bijzondere van dit verhaal is niet erkend: Ivens heeft vaak de verkeerde kant gekozen, maar uitgerekend in dit geval koos hij nu eens de goede kant, en juist daardoor werd hij in Nederland persona non grata.”